|
| [Note Guidelines] Photographer's Note |
Acronicta alni / Alder Moth / Elzenuil / Erlen-Rindeneule / l'Aunette.
Familie: Uilen (NOCTUIDAE)
Kenmerken:
Voorvleugellengte: 16-19 mm. De lichtgrijze, enigszins bruinachtig getinte voorvleugel heeft een karakteristieke tekening die bestaat uit een zwartachtige strook langs de binnenrand en een brede band die dwars daarop via de niervlek naar de voorrand loopt. De zwartachtige strook bestaat uit een dichte donkere bestuiving en twee zwarte strepen: een dikke zwarte streep vanuit het wortelveld en een zeer langgerekte streep in de vorm van een speerpunt vanuit de binnenrandhoek. Er is weinig variatie, maar bij sommige exemplaren is de voorvleugel vrijwel geheel zwartachtig gekleurd; soms komen vlinders voor met een donkere grijsbruine grondkleur.
Voorkomen:
Een niet zo gewone soort die vroeger vrijwel alleen voorkwam in Zuid-Limburg, maar zich de laatste jaren uitgebreid heeft en nu verspreid over het hele land op de zandgronden wordt waargenomen.
Habitat:
Loofbossen, broekbossen en struwelen.
Waardplanten:
Allerlei loofbomen, waaronder els, berk, wilg, beuk, eik en iep.
Vliegtijd en gedrag:
Begin mei-begin juli in één generatie; soms een partiële tweede generatie in juli-augustus. De vlinders komen op licht en op smeer.
Levenscyclus:
Rups: juni-augustus; rupsen van een eventuele tweede generatie tot in oktober. De opvallende rups rust op de bovenzijde van een blad. De rupsen knagen een holte in dood hout en maken de uitgang dicht met zijde en houtsplinters. De soort overwintert als pop in deze holte.
Source:http://www.vlindernet.nl/vlindersoort.php?vlinderid=716
Harm |
Only registered TrekNature members may rate photo notes. |
|