|
| [Note Guidelines] Photographer's Note |
Lymantria dispar / Gypsy Moth / Plakker / Schwammspinner / Le bombyx disparate ou spongieuse.
plakker (Lymantria dispar)
De rupsen van de plakker kunnen een plaag vormen in bossen.
Familie:
-Donsvlinders (LYMANTRIIDAE)
Kenmerken:
Voorvleugellengte: ♂ 18-24 mm, ♀ 28-35 mm. Het mannetje heeft een brede donkere grijsbruine voorvleugel, soms met wat lichtere zones. Over de voorvleugel lopen enkele golvende donkere dwarslijnen. In het middenveld bevinden zich een zwartachtige middenstip en een zwarte, omgekeerde V-vormige vlek. Het roomwit gekleurde vrouwtje heeft een soortgelijke tekening als het mannetje; de dwarslijnen steken altijd duidelijk af. Het vrouwtje is groter en heeft een stomp achterlijf met een donkerbruin uiteinde.
Gelijkende soorten:
-Lymantria monacha.
Voorkomen:
Een gewone soort in een groot deel van het land; in de noordoostelijke provincies wordt deze soort echter nauwelijks waargenomen.
Habitat:
Bossen, struwelen, parken en tuinen.
Waardplanten:
Diverse loofbomen en naaldbomen (soms schadelijk op eik).
Vliegtijd en gedrag:
Half juni-eind augustus in één generatie. De mannetjes komen op licht, maar vliegen ook overdag. De vrouwtjes kunnen nauwelijks vliegen en blijven in de buurt van de cocon.
Levenscyclus:
Rups: april-juni. Soms laat de jonge rups zich door middel van spindraden met de wind meevoeren en kan zich zo kilometers verspreiden. De rups verpopt zich in een spinsel tegen de schors, tussen de bladeren of in de strooisellaag. De soort overwintert als ei in legsels op de schors, een tak of een blad van de waardplant. De eieren worden afgedekt met haren van het achterlijf van het vrouwtje. Soms komen eitjes nog hetzelfde jaar uit, maar de uitgekomen rupsjes kunnen niet overwinteren.
Source:http://www.vlindernet.nl/vlindersoort.php?vlinderid=466
harm |
Only registered TrekNature members may rate photo notes. |
|