|
| [Note Guidelines] Photographer's Note |
Conistra vaccinii / The Chestnut / Heidelbeer-Wintereule / Bosbesuil / L'Orrhodie de l'Airelle.
Familie: Uilen (NOCTUIDAE)
Kenmerken:
Voorvleugellengte: 14-15 mm. De achterrand van de voorvleugel is afgerond en wijkt sterk naar binnen, waardoor deze uil te onderscheiden is van de meeste andere bruinachtige uilen die in het najaar en in het vroege voorjaar vliegen. Kleur en tekening zijn zeer variabel; de vlinder kan een effen maar ook een sterk gemarmerd uiterlijk hebben. De voorvleugel heeft een lichte of donkere oranjebruine kleur of een combinatie van beide; de grondkleur kan ook diep kastanjebruin zijn. Soms is de voorvleugel sterk lichtbruin of grijs bespikkeld en/of gestreept, of zijn de lichte dwarslijnen opvallend grijs of zwart gerand. In sommige gevallen heeft de voorvleugel extra veel zwart.
Gelijkende soorten:
Zie Conistra ligula, Conistra rubiginea en Conistra erythrocephala.
Voorkomen:
Een vrij gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt, vooral op de zandgronden.
Habitat:
Loofbossen en struwelen; ook tuinen.
Waardplanten:
Diverse loofbomen en struiken; vanaf het derde stadium eten de rupsen ook van kruidachtige planten, waaronder zuring.
Vliegtijd en gedrag:
Begin september-half november en na de overwintering eind januari-eind mei in één generatie; soms is de vlinder ook actief tijdens milde winterdagen. De vlinders komen op licht, maar vooral op smeer; ze bezoeken wilgenkatjes, bloemen van klimop en overrijpe bramen.
Levenscyclus:
Rups: april-juli. De rups maakt een losse cocon in de grond, waarin ongeveer twee maanden later de verpopping plaatsvindt. De soort overwintert als vlinder. De paring vindt plaats in het voorjaar.
Source:http://www.vlindernet.nl/vlindersoort.php?vlinderid=664
Harm |
rousettus has marked this note useful Only registered TrekNature members may rate photo notes. |
|